|
De nieuwe industrie...
Volgens het traditioneel beeld maakt een industrieel
bedrijf een tastbaar product voor een markt en is het
sterk geïntegreerd. Zo’n industrieel bedrijf besteedt
meer en meer de ondersteunende activiteiten uit, zoals
schoonmaak, boekhouding, personeelsadministratie, ICT-diensten
of beheer van onroerend goed. Maar het bedrijf behoudt
de centrale schakels van de waardeketen: onderzoek en
ontwikkeling, productie (een sterkte van de bedrijven
in Vlaanderen), ingaande en uitgaande logistiek, marketing,
verkoop en dienst na verkoop.
Veel industriële ondernemingen gaan hun rol en structuur
echter anders bekijken. Een aantal trends tekenen zich
af. Meer en meer bedrijven zien zichzelf als organisaties
die in de eerste plaats aan hun klanten oplossingen voor
problemen of verbeteringen aanbieden. Ze worden minder
door het aanbod of de technologie gestuurd, maar werken
vraaggericht met meer kennis als bron van toegevoegde
waarde. De bedrijven bieden een synthese van immateriële
diensten en faciliteiten (zoals advies, installatie, maintenance,
opleiding, werken op maat van de klant, just-in-time,
just-in-sequence, nauwkeurigheid, betrouwbaarheid, integreerbaarheid,
opleiding, enz...), en tastbare producten.
Informatie- en communicatietechnologie zijn relatief
goedkoop en toegankelijk geworden, waardoor men ook op
afstand informatie kan verwerven en toezicht uitoefenen.
Hierdoor wordt in sommige bedrijven de waardeketen losser.
Naast de reeds bestaande outsourcing gaan één of meer
centrale stukken van de waardeketen naar andere bedrijven
over. Dit biedt opportuniteiten voor kleine en middelgrote
ondernemingen (KMO’s). Tegelijk werken de ondernemingen
onderling sterker samen, over de sectoren heen, bv. op
het vlak van marketing of O&O. Het geheel van de verticale
en horizontale verbanden tussen bedrijven vormt een netwerk.
Zo treedt geleidelijk aan de industrie als ‘nieuwe industrie’
in het licht. De grenzen tussen de traditionele industriële
sectoren worden minder strikt, alhoewel elke activiteitstak
zijn specifieke kenmerken behoudt. Er zijn steeds meer
formele of informele platformen, waarin bedrijven (en
federaties) uit verschillende industriële sectoren als
vanzelfsprekend samen gemeenschappelijke strategische,
precompetitieve kennis ontwikkelen die de basis vormt
voor toekomstige activiteiten in de diverse deelnemende
bedrijven. Dit is bv. het geval in de automobieltoelevering
of de materialensector.
Taak van de federaties
De tien sectorale federaties van “Industrie Vlaanderen”,
vertegenwoordigen een brede waaier aan ondernemingen uit
de industrie, waaronder grote ondernemingen maar vooral
heel wat KMO’s. Net zoals de bedrijven verschillen de
federaties onderling, maar ze delen ook een aantal kenmerken.
Zij moeten de nieuwe trends herkennen en hun bedrijven
erop voorbereiden. Daarbij gaan ze zorgzaam om met de
werkgelegenheid, de toegevoegde waarde en het ondernemerschap
dat hun bedrijven reeds in Vlaanderen opgebouwd hebben.
| De bedrijven, groot en klein,
werken intens samen. De sectorale federaties en hun
onderzoekscentra moeten niet alleen trends volgen,
maar ook zelf het voortouw nemen. De federaties ontwikkelen
daarom een visie op de noden en behoeften van hun
bedrijven. |
|
De federaties vertalen deze visies ook in voorstellen
voor het Vlaamse overheidsbeleid.
|
| |
|
| Er bestaat geen tegenstelling
tussen zogenaamd traditionele sectoren en hi-tech
sectoren, tussen nieuwe en oude economie, of tussen
industrie en diensten. In alle economische activiteiten
zal een grotere toegevoegde waarde nagestreefd moeten
worden door een grotere integratie van kennis in producten,
diensten en processen. De nieuwe industrie draagt
een evenwichtige en toekomstgerichte symbiose in zich
van grote en kleine bedrijven uit diverse industriële
sectoren die “traditionele” en “nieuwe” kenmerken
van het industrieel gebeuren weten te verenigen. Op
die manier versterkt de industrie haar positie in
de welvaartscreatie van Vlaanderen. |
|