missie & visie
 
     
  Missie en visie  
 
  Industrie Vlaanderen wil  
 
het belang,de rol en de noden van de industriële ondernemingen in Vlaanderen vertolken bij de stakeholders zoals de overheid, de sociale partners, het onderwijs, het brede publiek... en de dialoog met hen bevorderen, onder andere met betrekking tot de volgende thema's:
     
 

Aanbevelingen rond ondernemingskosten, overheidssteun en internationaal ondernemen  
 

Aanbevelingen rond regelgeving, administratieve afwikkeling en geloofwaardigheid van de overheid  
 

Aanbevelingen rond arbeidsmarkt en -organisatie  
 

Aanbevelingen rond onderwijs en permanente vorming  
 

Aanbevelingen rond innovatie  
 

 

 
door onderlinge samenwerking meer efficiëntie en synergie tot stand brengen.
 
Industrie, motor van welvaart en groei.
 

 

 

De nieuwe industrie...

Volgens het traditioneel beeld maakt een industrieel bedrijf een tastbaar product voor een markt en is het sterk geïntegreerd. Zo’n industrieel bedrijf besteedt meer en meer de ondersteunende activiteiten uit, zoals schoonmaak, boekhouding, personeelsadministratie, ICT-diensten of beheer van onroerend goed. Maar het bedrijf behoudt de centrale schakels van de waardeketen: onderzoek en ontwikkeling, productie (een sterkte van de bedrijven in Vlaanderen), ingaande en uitgaande logistiek, marketing, verkoop en dienst na verkoop.

Veel industriële ondernemingen gaan hun rol en structuur echter anders bekijken. Een aantal trends tekenen zich af. Meer en meer bedrijven zien zichzelf als organisaties die in de eerste plaats aan hun klanten oplossingen voor problemen of verbeteringen aanbieden. Ze worden minder door het aanbod of de technologie gestuurd, maar werken vraaggericht met meer kennis als bron van toegevoegde waarde. De bedrijven bieden een synthese van immateriële diensten en faciliteiten (zoals advies, installatie, maintenance, opleiding, werken op maat van de klant, just-in-time, just-in-sequence, nauwkeurigheid, betrouwbaarheid, integreerbaarheid, opleiding, enz...), en tastbare producten.

Informatie- en communicatietechnologie zijn relatief goedkoop en toegankelijk geworden, waardoor men ook op afstand informatie kan verwerven en toezicht uitoefenen. Hierdoor wordt in sommige bedrijven de waardeketen losser. Naast de reeds bestaande outsourcing gaan één of meer centrale stukken van de waardeketen naar andere bedrijven over. Dit biedt opportuniteiten voor kleine en middelgrote ondernemingen (KMO’s). Tegelijk werken de ondernemingen onderling sterker samen, over de sectoren heen, bv. op het vlak van marketing of O&O. Het geheel van de verticale en horizontale verbanden tussen bedrijven vormt een netwerk.

Zo treedt geleidelijk aan de industrie als ‘nieuwe industrie’ in het licht. De grenzen tussen de traditionele industriële sectoren worden minder strikt, alhoewel elke activiteitstak zijn specifieke kenmerken behoudt. Er zijn steeds meer formele of informele platformen, waarin bedrijven (en federaties) uit verschillende industriële sectoren als vanzelfsprekend samen gemeenschappelijke strategische, precompetitieve kennis ontwikkelen die de basis vormt voor toekomstige activiteiten in de diverse deelnemende bedrijven. Dit is bv. het geval in de automobieltoelevering of de materialensector.

Taak van de federaties

De tien sectorale federaties van “Industrie Vlaanderen”, vertegenwoordigen een brede waaier aan ondernemingen uit de industrie, waaronder grote ondernemingen maar vooral heel wat KMO’s. Net zoals de bedrijven verschillen de federaties onderling, maar ze delen ook een aantal kenmerken.

Zij moeten de nieuwe trends herkennen en hun bedrijven erop voorbereiden. Daarbij gaan ze zorgzaam om met de werkgelegenheid, de toegevoegde waarde en het ondernemerschap dat hun bedrijven reeds in Vlaanderen opgebouwd hebben.

De bedrijven, groot en klein, werken intens samen. De sectorale federaties en hun onderzoekscentra moeten niet alleen trends volgen, maar ook zelf het voortouw nemen. De federaties ontwikkelen daarom een visie op de noden en behoeften van hun bedrijven.

De federaties vertalen deze visies ook in voorstellen voor het Vlaamse overheidsbeleid.

   
Er bestaat geen tegenstelling tussen zogenaamd traditionele sectoren en hi-tech sectoren, tussen nieuwe en oude economie, of tussen industrie en diensten. In alle economische activiteiten zal een grotere toegevoegde waarde nagestreefd moeten worden door een grotere integratie van kennis in producten, diensten en processen. De nieuwe industrie draagt een evenwichtige en toekomstgerichte symbiose in zich van grote en kleine bedrijven uit diverse industriële sectoren die “traditionele” en “nieuwe” kenmerken van het industrieel gebeuren weten te verenigen. Op die manier versterkt de industrie haar positie in de welvaartscreatie van Vlaanderen.