nieuws
 
     
  Nieuws  
  16/09/2005 - Toespraak Christ'l Joris voor Industrie Vlaanderen  
 


Toespraak Christ'l Joris voor Industrie Vlaanderen 16 september 2005

 

Mijnheer de minister-president, geachte collega's en genodigden,

 

Kent u dat verkeersbord "industrieterrein"? Wat staat daarop? Precies, een ouderwets fabriekje met een gekarteld dak en steevast een rokende schoorsteen. Of vraag eens aan een kind om een bedrijf te tekenen, en u krijgt ongeveer dezelfde afbeelding.

 

Dames en heren, stereotiepen zijn hardnekkig, en dat geldt blijkbaar ook voor de industrie. Maar de industrie is wel degelijk veranderd. Vorig jaar hielden we samen met het weekblad Knack een grootscheepse enquête over de imago van de industrie in ons land. En wat bleek: het merendeel van de mensen vindt dat onze bedrijven tot de Europese en zelfs wereldtop behoren qua technologie en innovatie. Industrie wordt geassocieerd met export, werkgelegenheid, hightech en vooruitgang in het algemeen. En dat is bemoedigend. Jammer genoeg blijven een aantal hardnekkige clichés rond milieuvervuiling en lawaaihinder ook overeind, ondanks de enorme inspanningen die hieromtrent de laatste jaren gebeurd zijn. Ook is een belangrijk deel van de respondenten niet geïnteresseerd in een job in de industrie. Vooral bij jongeren ligt dit aantal verontrustend hoog.

 

Het komt er bij het bestrijden van dit verkeerde beeld op aan niet te vervallen in discussies rond het onderscheid tussen industrie en diensten. Deze discussies zijn zinloos en het onderscheid is trouwens steeds moeilijker te maken. Zij zijn ook complementair.

 

Dames en heren, de industrie zorgt vandaag voor 40% van de totale welvaart  in Vlaanderen. Naar schatting 765.000 Vlamingen verdienen rechtstreeks of onrechtstreeks hun boterham via de industrie. De industrie is dus broodnodig! De industrie is verweven met alle andere takken van de economie en vormt het kloppende hart van de economische dynamiek. Kom ik even terug op de enquête in Knack, dan zegt niet minder dan 90% van de respondenten dat het behoud van een sterke industrie in ons land erg belangrijk is. De helft vindt zelfs dat de overheid een meer stimulerend beleid t.a.v. de industrie zou moeten ontwikkelen.

 

Alhoewel de uitdagingen gigantisch zijn, zijn er goede redenen om positief te denken en vooruit te kijken naar de toekomst. De industrie heeft veel troeven!

 

Het doet mij daarom dan ook plezier dat de huidige Vlaamse regering dit belang van de industrie voor Vlaanderen erkent en in de bres wil springen.

 

In het regeerakkoord lezen we letterlijk dat "het industrieel weefsel de bakermat is voor vele andere economische activiteiten en de basis van welvaart. De Vlaamse regering vervult de kernvoorwaarden om die voor de toekomst veilig te stellen en te versterken."  Deze erkenning vormt voor ons een belangrijk teken van vertrouwen.

 

"Vertrouwen geven, verantwoordelijkheid nemen" is trouwens - wat mij persoonlijk betreft - het terechte Leitmotiv van het regeerprogramma. De industrie vraagt vandaag inderdaad dat vertrouwen van de overheid, zij vraagt een beleid dat kansen biedt en niet een betuttelende overheid die te pas en te onpas dirigistisch en beperkend optreedt. Zij vraagt, en dat is niet nieuw, de uitvoering van een geïntegreerd industrieel project.

 

In het buitenland, zowel in Europa als daarbuiten, zijn er vele voorbeelden te vinden van landen en regio's met een stevig en coherent industrieel beleid. Jammer genoeg is zo'n industrieel beleid vaak enkel mogelijk na een diepe economische crisis. Ierland en Finland zijn hier sprekende voorbeelden.

 

Wij in Vlaanderen willen en moeten de ambitie hebben om met al ons intellect, onze werkkracht, de industriële capaciteit,  onze arbeidsethiek en zin voor overleg, een industrieel beleid te voeren zónder eerst door een diep dal te moeten gaan. Met andere woorden: laat ons niet wachten tot het te laat is. De bedrijven zijn voortdurend in transformatie en innoveren constant. Daarin moeten zij gesteund en gestimuleerd worden en de omgevingsfactoren waarin zij functioneren moeten mee evolueren, bv. de overheid, de sociale partners, het onderwijs,…De overheid moet daarbij blijven investeren in de industrie en o.a. een substantieel deel van de vrijkomende Lambermontgelden hiervoor reserveren.

 

Voor de NV Vlaanderen verwachten we dus, net zoals bij elke onderneming, een visie, een strategie en acties gedragen en met voldoende slagkracht uitgevoerd door de hele Vlaamse regering. Elke minister stemt daarbij zijn beleid af op het gemeenschappelijk doel.

 

Dat gemeenschappelijk doel, als voorwaarde voor een coherent beleid, lijkt me drievoudig te zijn:

 

  1. Vlaanderen hééft een sterke industriële basis, met topbedrijven op internationaal niveau en een grote diversiteit aan sterke KMO's: laten we die ondersteunen in hun verdere groei 
  2. Vlaanderen bezit specifieke knowhow in een aantal domeinen. Laten we die actief ondersteunen en begeleiden zodat hier  nieuwe activiteiten uit voort kunnen komen
  3. Vlaanderen is economisch groot geworden dankzij de buitenlandse investeringen in de jaren '60 en '70. We moeten opnieuw het imago krijgen van aantrekkelijk investeringsland. We moeten doelgericht - niet lukraak - beloftevolle buitenlandse investeringen aantrekken. Daarom ook mag het investeringsklimaat niet geremd worden door een overdreven regelgeving.

Dan vraagt u zich natuurlijk af welke de rol van de overheid hierbij kan zijn. Ik kom hier even terug op het regeerakkoord, want daarin zitten eigenlijk de voornaamste elementen: vertrouwen en verantwoordelijkheid.

 

Geef inderdaad als overheid vertrouwen aan de industrie. Wij zullen onze verantwoordelijkheid opnemen bv. inzake innovatie (cfr. het Innovatiepact) of inzake milieu en energie (cfr. de convenanten met de overheid). De industrie is ook bereid om nog meer samen te werken met het onderwijs, bv. door mee de projecten van Accent op Talent uit te voeren, door vormingsprojecten te organiseren die niet alleen voor werknemers openstaan doch ook voor leerkrachten, werkzoekenden, door stageplaatsen aan te bieden, ….

 

En ten tweede, neem als overheid,  zelf de verantwoordelijkheid om een aantal remmende factoren voor de industriële ontwikkeling weg te werken. Laat de industrie haar eigen dynamiek ontwikkelen, maar geef maximaal kansen door zoveel mogelijk remmen weg te nemen.  En dit is een onmiddellijke verantwoordelijkheid van de overheid. Zie hier een paar klemtonen:

 

1. Ik las deze week nog het interview met John Dejaeger, CEO van BASF, die zei dat een arbeider in BASF Antwerpen 30% duurder is dan een arbeider in het Duitse Ludwigshafen. Wij beseffen dat loonkost - dé handicap voor ons land - vooral een federale materie is, maar Vlaanderen moet zich op dit niveau laten gelden. Voor de ondernemingen telt de bottom line, ongeacht van waar de kosten komen.

 

Daarnaast moet de Vlaamse regering niet alleen op het federale niveau hier de nodige eisen stellen. Ook  binnen de eigen bevoegdheden moet zij de nodige stappen zetten om de kosten effectief te verlagen. Ik denk hier aan het lang aankondigde fiscaal pakt met de gemeenten om orde te scheppen in de gemeentelijke taksen.

 

Ik denk hier ook aan de Elia-taks, waarvan wij al meermaals de versnelde afschaffing hebben gevraagd. Voor een middelgroot bedrijf (met een elektriciteitsverbruik van pakweg 15 miljoen kWh)  betekent de invoering van de Elia-taks een verhoging van de elektriciteitsfactuur met ongeveer 9%. Daar komen nog de meerkosten van het groene stroombeleid bovenop. Tenzij de Vlaamse regering resoluut maatregelen neemt om de impact van dit beleid op de elektriciteitsfactuur te beperken dreigt daardoor een bijkomende prijsstijging, die in de komende jaren kan oplopen tot meer dan 15%.

 

Weet ook dat de heffingen op elektriciteit voor 80 % door Vlaanderen worden geheven! Heffingen en taksen verzwaren aanzienlijk de energiefactuur voor de bedrijven die op een paar jaar tijd met 50 % zal verhoogd zijn.

 

Ondernemingen vragen niet zozeer cheques, kortingen of andere kunstgrepen met veel administratieve lasten. Wel vragen zij lagere kosten op een structurele en doorzichtige manier.

 

Dames en heren, kostenverlaging is dringend, zeer dringend!

 

2. "Wat we zelf doen, doen we beter" is een uitspraak die blijft nazinderen. Het wordt hoog tijd om het concreet te bewijzen. Wallonië heeft thans blijk gegeven van een "sense of urgency" en van een eendrachtige visie met een Marshallplan. Het lijkt me een uitgelezen moment om op institutioneel niveau een aantal remmende factoren weg te werken.

 

Deze Vlaamse regering heeft duidelijk stappen gezet naar homogene bevoegdheidspakketten, zoals door Industrie Vlaanderen gevraagd. Het groeperen bij eenzelfde minister van de bevoegdheden rond onderwijs, arbeidsmarkt en permanente vorming, of rond economie, internationaal ondernemen en innovatie zijn hoopgevend. Dit laat effectief toe een meer geïntegreerd industrieel beleid te voeren. Partijpolitieke grenzen mogen hier geen rol spelen.

 

De nood aan coördinatie en afstemming met de federale regering blijft nochtans een groot knelpunt. Nog te veel materies blijven deels op federaal en deels op regionaal niveau. Industrie Vlaanderen steunt de eis van de Vlaamse regering om in de zeer nabije toekomst een verdere regionalisering door te voeren van een aantal essentiële bevoegdheden: bv. op het vlak van energie, werkgelegenheid of de mogelijkheid om kortingen te geven in de vennootschapsbelasting...

 

Ook op de arbeidsmarkt zijn er nog hinderende factoren. Het is o.a. cruciaal om de werklozen te begeleiden, op te leiden en tot het invullen van vacatures aan te zetten. Het naast elkaar blijven bestaan van knelpuntvacatures en een werklozenbestand is onaanvaardbaar.

Het is voor ondernemers ook onbegrijpelijk dat de overheid mensen aanmoedigt om inactief te zijn, terwijl er zo vele vacatures in ondernemingen maandenlang of zelfs langer blijven openstaan.

 

3. Wanneer de instroom aan industrieel ingenieurs halveert in minder dan 15 jaar tijd, wanneer voor bepaalde sectoren (bv. textiel, kunststoffen) praktisch geen studenten meer worden gevonden, wanneer de burgerlijk ingenieurs behoren tot de knelpuntberoepen…, dan is er wel degelijk een probleem.

 

Een breed opgezette en volgehouden communicatiecampagne rond het belang van de industrie en de kansen voor jongeren in deze industrie, is noodzakelijk. Bedoeling is de jeugd en hun ouders een reëel beeld te geven van een industrieel bedrijf van vandaag en van morgen, om vertrouwen te creëren, om de honger bij jongeren voor de technische studies en beroepen aan te wakkeren. Ook om erop te wijzen dat iedereen zijn verantwoordelijkheid kan en moet nemen.

 

Industrie Vlaanderen vraagt hier en nu aan de Vlaamse regering om samen de komende jaren een dergelijke campagne op te zetten. Samen moeten we de bevolking enthousiast maken voor een sterk en competitief Vlaanderen. Ik weet dat de minister-president geen man is van grote verhalen, maar in wielertermen = alleen in ploegverband en met een sterke kopman zullen we onder luid applaus niet van de baan geraken maar in het koppeleton de meet halen.

 

In industriële middens is er een vertrouwen in deze Vlaamse regering. Dit vertrouwen vormt een stevige basis voor een gericht beleid. Onze vraag is om dit vertrouwen over te brengen naar de bevolking en concrete maatregelen versneld in uitvoering te brengen, in nauw overleg met Industrie Vlaanderen.

 

We moeten beseffen dat de Industrie in Vlaanderen harde tijden beleeft. De opkomst van nieuwe groeilanden als China, India, Brazilië en Rusland heeft het aantal werknemers dat wereldwijd in de industrie werkt verdubbeld! Deze landen hebben niet enkel enorme marktmogelijkheden en lage loon- en ondernemingskosten. Zij  hebben vooral een leger goed opgeleide mensen klaarstaan die meer dan gemotiveerd zijn om de welvaart naar zich toe te halen.

 

Alleen samen (de industrie, de sociale partners, de overheid, de onderzoeksinstellingen, de bevolking…) kunnen we Vlaanderen een welvarende regio laten blijven.

 

We hopen minister-president Leterme dat we in uw slottoespraak en zeker op 26 september in uw septemberverklaring, de klemtonen zullen terugvinden die we hier deze namiddag hebben gelegd, in het belang van eenieder.

 

Laat mij u ten slotte allemaal van harte danken voor uw aanwezigheid. Vandaag is het de tweede maal dat wij met Industrie Vlaanderen samenkomen hier in "de Schelp", onder het Vlaams parlement, en - sta mij toe dit toch even te zeggen: we zijn van plan elk jaar terug te komen. Het is voor de industrie in Vlaanderen dé plaats om te dialogeren met de politieke verantwoordelijken over het industrieel beleid.

 

Ik dank u.

 

<< terug